Der Mensch lebt und bestehet – Marten Hoogenhout

Bericht van april 2022:

Op 23 en 24 april zal de Amsterdamse Cantorij concerten geven in Abcoude en Amsterdam: Der Mensch lebt und bestehet. In die titel klinkt de stem door van Marten Hoogenhout, die vanaf 1977 als bas zong in de Amsterdamse Cantorij. Tot onze grote droefenis is hij onlangs, op 21 maart 2022, overleden.

Wij willen dit graag via onze website delen met al diegenen die de Amsterdamse Cantorij een warm hart toedragen: trouwe concertbezoekers, oud-leden, projectleden, donateurs, comité van aanbeveling, de Felix-koren, andere koren, en alle andere geïnteresseerden die regelmatig onze website bezoeken.

Marten hoorde eind vorig jaar dat hij ongeneeslijk ziek was. Toen hij ons liet weten hoe het ervoor stond, ging er een schokgolf door het koor. Hij kondigde daarbij aan ook niet meer te komen zingen. Dit was onvoorstelbaar, zou een te abrupt afscheid betekenen. We gooiden de plannen om: Marten kreeg de opdracht om het komende programma geheel naar eigen inzicht vorm te geven. Het is door Marten geïnspireerd, vormgegeven en georganiseerd, en uiteindelijk ook aan hem opgedragen. Het programma weerspiegelt zijn muzieksmaak, muziek van componisten waaraan hij zijn hart had verpand: Schütz, Bach en Monteverdi.

Wie Marten was, wat hij voor de Cantorij betekende, zijn visie op muziek over leven, dood en hoop, dat staat in het programmaboekje. Het wordt uitgereikt als u een van onze concerten Der Mensch lebt und bestehet bezoekt.

In memoriam Marten Hoogenhout — 19 april 1952 – 21 maart 2022

Marten is geboren en getogen in Abcoude, in het huis dat hij later met zijn eigen handen prachtig zou verbouwen. Zijn vader speelde orgel in de Dorpskerk en Marten zong daar zelf als jongenssopraan.

Hij ging naar de LTS, gevestigd in het huidige Cygnus Gymnasium, waar de Amsterdamse Cantorij nu al weer jaren wekelijks repeteert. Hij werkte als bouwkundige en projectleider op architectenbureaus. Later was hij organisator en trainer bij de opleiding (die hij zelf ook volgde) van het Instituut voor Psychosynthese.

Al die tijd speelde de muziek een grote rol in zijn leven. Marten was een van de oprichters van het Collegium Vocale Consonant Abcoude. In 1977 werd hij lid van de Amsterdamse Cantorij en het jaar daarop al bestuurslid. De Cantorij, in 1959 opgericht door dirigent en klavecinist Louis Mol, was een van de wegbereiders van de oudemuziek-revival en aan deze muziek verpandde Marten zijn hart. Hij ging regelmatig naar barokmuziek luisteren in de Waalse Kerk. Vaak bezocht hij met Judith, die hij bijna 28 jaar geleden op de Cantorij ontmoette, het festival oude muziek van Vézelay. Samen kregen zij twee prachtige kinderen.

Marten was de ‘hoeksteen’ van de bassen: hij stond het liefste op de hoek. Maar nooit, sinds zijn dagen als jongenssopraan, nam hij zangles – tot drie jaar geleden. Hij genoot van de lessen, soms samen met Judith, en was erg verheugd dat zij weer meeging naar de Cantorij.

Maar Marten was veel meer dan alleen zanger. Decennia lang was hij de kurk waar de Cantorij op dreef: als penningmeester, podiumbouwer, artiestenregelaar, cateraar, sleutelbewaarder, drukwerkbegeleider, programmeur, auditiebijwoner, locatiehuurder en algemeen contactpersoon naar de buitenwereld. Marten beheerde het archief en de muziekbibliotheek, en was daarmee ook het ‘geheugen’ van het koor.

Draaiboeken vond Marten maar niks – hij had het toch onder controle? Alles zat in zijn hoofd. Op zijn eigen manier, mompelend en soms mopperend, regelde hij de zaken onopvallend en als vanzelfsprekend. Op dezelfde manier vervulde hij sinds 1996 ook zijn rol als beheerder van huis Eendracht-Anslo (een voormalig hofje) op de Overtoom in Amsterdam. Ook daar zette hij zijn veelzijdige talenten – bouwkundig, financieel, psychologisch – in en was hij steun en toeverlaat van bestuur en bewoners.

De afgelopen maanden heeft Marten heel bewust zijn kennis proberen over te dragen, opdat wij het stokje van hem kunnen overnemen. Tegelijk wilde hij tot het laatst zo veel mogelijk zelf regelen: in de week voor zijn overlijden verstuurde hij nog toegangskaartjes voor het huidige concert.

Maar Marten was niet alleen praktisch bezig voor de Cantorij. Hij organiseerde borrels en reserveerde steevast na afloop van een concert een tafel in een nabij café. Met een lekker biertje in de hand zorgde hij zo voor gezelligheid en verbondenheid binnen het koor.

Of het nu is in de kroeg, bij de bassen, in het bestuur of bij vergaderingen: wat gaan we Marten missen!

De Amsterdamse Cantorij

Die Amsterdamse Cantorij is een kamerkoor van zo’n 28 tot 32 ervaren zangers en staat sinds 2002 onder leiding van Felix van den Hombergh. We houden van afwisseling, van muziek uit de Renaissance tot hedendaagse werken, a capella of met orkest en solisten.

We zijn een ambitieus koor met een mooie koorklank. Alle koorleden hebben zangles (gehad) en we werken aan onze ontwikkeling door middel van stemgroep repetities en door soms in kwartetten te studeren. Van onze leden verwachten we een grote muzikale inzet. Thuis muziek voorbereiden hoort daar ook bij. Ieder koorlid doet periodiek opnieuw auditie.

Dat de Amsterdamse Cantorij een koor met een goede sfeer is, blijkt uit het feit dat we veel trouwe leden hebben en dat nieuwe leden zich snel thuis voelen.

Onderstaande foto is genomen bij het concert ‘Verborgen schoonheid’ op 20 november 2021 Dorpskerk Abcoude.

In 2019 bestond de Amsterdamse Cantorij 60 jaar. Daarmee is het een van de oudste kamerkoren van Amsterdam. Maar nog altijd dynamisch en springlevend. We zijn trots op onze naam en onze historie, maar we zijn geen cantorij, we horen niet bij een kerk. We zijn vooral een kamerkoor! Soms wat uitgebreider, bijvoorbeeld bij concerten met dubbelkorigheid.

Samenstelling

Op dit moment zingen de volgende zangers bij de Amsterdamse Cantorij:

Sopranen
Marijke Beversluis, Marijke Dams, Pauline de Die, Fleur Jurgens, Agnes van Koert, Renate Meijer, Marijke Tros, Tineke Verheus.

Alten
Simone Aarendonk, Adrienne van den Bogaard, Judith Dubbeld, Hilda Houtkoop, Madelon Kerkhoven, Julia Ose, Geraldine Raap, Margriet Rienks.

Tenoren
Pete Boonstra, Bram Coops, Gert van ’t Hof, Jan Erik Krikken, Edwin Oudemans, Maarten Vlijmincx.

Bassen
Rob Beck, Maarten Boelsma, Luc Klaphake, Gijs Klunder, Niek van Noppen, Rein Steeman, Klaas Visser, Bas van Wingerden.

Naast deze ‘vaste’ leden zingen er bij ieder project (vaak meerdere) projectleden mee.

Kroniek van de Amsterdamse Cantorij

De Kroniek is een document waarin de kleurrijke geschiedenis van de Amsterdamse Cantorij wordt beschreven, die zich uitstrekt over ruim 60 jaar. De Kroniek bevat tevens overzicht van alle concerten die het koor heeft gegeven én – gerangschikt naar componist – een index met alle gezongen werken. Deze editie is van juni 2022.

Geschiedenis

De Amsterdamse Cantorij werd in 1959 opgericht door de Amsterdamse dirigent/klavecinist Louis Mol onder de naam Amstels Kamerkoor, later veranderd in Muziekkring De Amsterdamse Cantorij. Louis Mol koos de naam ‘cantorij’ omdat hij met een klein koor naar het model van een cantorij uit de laat-renaissance en barok oude muziek op authentieke wijze wilde uitvoeren. Een praktijk die inmiddels in brede kring navolging heeft gekregen.

In de eerste twintig jaar richtte de Amsterdamse Cantorij zich o.l.v. Louis Mol uitsluitend op barokmuziek. Het was het eerste koor in Amsterdam dat de Johannes Passion van J.S. Bach uitvoerde met een klein koor en een kleine instrumentale bezetting, in die tijd een onbekend fenomeen: de Johannes Passion was toen nog het domein van oratoriumkoren en symfonieorkesten. De Amsterdamse Cantorij voerde jaarlijks de Hohe Messe van Bach uit en om de twee jaar de Mariavespers van Monteverdi. Musici en solisten waren en zijn van professioneel niveau, vaak uit het Concertgebouworkest, barokorkesten, het Nederlands Kamerkoor of andere professionele kamerkoren.

De concerten werden gegeven in tal van Amsterdamse kerken en in steden als Haarlem, Alkmaar, Amersfoort, Enkhuizen en Abcoude. Sommige concerten werden door de radio uitgezonden. In 1976 nam de Amsterdamse Cantorij in het kader van het Holland Festival deel aan een opera van Monteverdi o.l.v. Gustav Leonhardt.

Onder Barend Schuurman (vanaf 1981) en Frank Hameleers (vanaf 1987) veranderde de programmering. Er kwamen werken uit de romantische en klassieke periode en daarnaast ook muziek uit de twintigste eeuw aan bod. De Cantorij heeft ook met deze muziek vele enthousiaste concertbezoekers aan zich weten te binden.